2COWS.NL

2COWS

Henry Cow is een Britse band uit de 70-er jaren van de 20e eeuw. De band is in te delen bij de progressieve rock en zit tegen de Canterbury-scene aan, hoewel ze daar niet direct bij thuis horen. Ze horen wel tot de door henzelf opgerichte Rock In Opposition, een los-vast geheel van bands uit die tijd met een linkse politiek inslag.
Henry Cow is in mei 1968 gevormd door twee studenten aan de Cambridge University, gitarist/violist Fred Frith en saxofonist Tim Hodgkinson. Ze hadden al eerder samen gespeeld en vormden een sextet dat op de blues gebaseerde muziek maakte. Eind ’68 werd Andy Powell de bassist, en de ander vier leden vertrokken. Het trio maakte onder invloed van Powell een ontwikkeling door naar een meer doordachte muziek. Powell moedigde Hodgkinson ook aan om orgel te gaan spelen. Powell verliet de band als snel weer (via een aantal tussenstappen kon hij later teruggevonden worden bij het Alan Parsons Project). Eind 1969 werd de bassist John Greaves geworven. Het trio werd uitgebreid met een drummer, en versleet er daar meerdere van in korte tijd. Met drummer Sean Jenkins namen zij voor de BBC een John Peel sessie op in begin 1971. De muziek toont duidelijk dat de groep zich ontwikkeld had in de loop van de tijd, de muziek zit tegen de Canterbury-scene aan, met onder meer een Soft Machine-achtig instrumentaal nummer. Met drummer Martin Ditcham wordt vervolgens in de zomer opgetreden, onder meer op de Glastonbury Fayre samen met onder meer Gong. Weer zonder drummer wordt er uitgebreid gezocht en in september 1971 vinden ze Chris Cutler. Chris was op dat moment ook bezig samen met Dave Stewart met de Ottawa Music Company, en Henry Cow werd daar naadloos in opgenomen. In november treedt Henry Cow op in het voorprogramma van the Velvet Underground. Voorjaar ’72 versterkt Geoff Leigh, een oude schoolvriend van Cutler, de band. De optredens van de band begonnen nu wat aandacht te krijgen van de muziekpers, waardoor ze in mei 1973 een contract bij het nieuwe Virgin kregen. Het eerste album is "The Leg End Of Henry Cow" en werd in het voorjaar van 1973 opgenomen. De titels van de muziek zijn veelal wat humoristisch, en met het laatste nummer, "Nine Funerals Of The Citizen King" geeft de groep haar eerste duidelijke politieke statement af.
In 1973 volgt een tour samen met Faust, waar op dat moment Peter Blegvad deel van uitmaakt, in een aantal jam sessies leren de musici elkaar en elkaars muziek kennen. Vervolgens ondersteunt Henry Cow een theater productie, een bewerking van The Tempest van John Chadwick. In november wordt nog een stuk voor het Greasy Truckers verzamel-album opgenomen. Na een tour door Holland verlaat Leigh de band. In januari 1974 treedt Lindsay Cooper toe, die fagot en hobo speelt. Ze kende Frith en Cutler vanuit haar werk voor het Comus and Ritual Theatre. In februari wordt het tweede album opgenomen, "Unrest". Het album heeft twee heel verschillende kanten, op de ene kant prachtige gecomponeerde werken, op de andere kant, vanwege een gebrek aan gecomponeerd werk, improvisaties, die na opname opnieuw gemixt werden. Het is een experimenteel soort muziek die je maar moet bevallen.
In het najaar van 1974 volgt nog een tour waarin ze de support act waren voor Captain Beefheart en een tour als kwartet door Nederland. De volgende stap is een samenwerking met Slapp Happy, het trio van Peter Blegvad met zangeres Dagmar Krause en pianist Anthony Moore. Ze nemen samen twee albums op, "Desperate Straights" en "In Praise Of Learning". Het eerste album was met name een Blegvad/Moore album, het tweede een Henry Cow album. Er werd een poging ondernomen om samen op te gaan treden, maar daarvoor liepen de muzikale ideeën te veel uit elkaar, en de groep viel uiteen, alleen Krause bleef bij Henry Cow spelen. En met het hernieuwd toetreden van Cooper werd HC weer een sextet. In de rest van 1975 wordt nog volop opgetreden, met als hoogtepunt drie concerten met Robert Wyatt als speciale gast.
Maart 1976 vertrekt John Greaves, hij gaat aan een project werken samen met Peter Blegvad, het project dat later het Kew.Rhône album op zou leveren. Krause moest vanwege gezondheidsproblemen ook tijdelijk afhaken, en het overgebleven viertal bleef optreden, met Frith behalve op gitaar ook op basgitaar. De muziek veranderde van gecomponeerd naar pure improvisatie.
Juni 1976 keert Krause terug en wordt de groep uitgebreid met Georgie Born. De band tourde veel over het vasteland van Europa, maar ook samen met de Franse band Etron Fou Leloublan door Engeland.
Henry Cow was steeds actief betrokken in de linkse actie-wereld. Vanuit het werken voor de communistische partij kwamen ze in contact met andere linkse musici. Dit leverde Orckestra op, een groep van musici met de Henry Cow leden en andere musici zoals Mike Westbrook's Brass Band en folkzangeres Frankie Armstrong. Van het werk van Orckestra is niets overgebleven, er zijn geen opnames van overgeleverd.
In 1977 richt Henry Cow haar eigen platenlabel op. De te volgen muzikale koers levert echter een splitsing van geesten in de band op. Frith en Cutler wilden meer de kant van de songs op, terwijl Cooper en Hodgkinson meer puur instrumenteel wilden werken. De tijd in die in de studio’s doorgebracht werd leverde twee verschillende albums op, het einde van Henry Cow is nu in zicht. De muzikale wensen van de leden lopen te ver uiteen om als band langer door te kunnen gaan. Wel komt er nog wel de muziek uit die opgenomen is. In de eerste plaats de Frith/Cutler muziek. Deze wordt uitgebracht met als naam van de band “Art Bears”, de elpee heet "Hopes And Fears". Art Bears bestaat uit Frith, Cutler en Krause. De andere leden staan als gastmusici op de hoes vermeld.
De muziek van de andere helft, de Cooper/Hodgkinson muziek werd later in het jaar uitgebracht, wel onder de naam van Henry Cow: "Western Culture".
Henry Cow besloot te stoppen, maar eerst hadden ze nog van alles te doen. Ze hadden een volle agenda voor 8 maanden en wilden daar ook aan voldoen, omdat ze degenen die hen gesteund hadden niet af wilden vallen. Henry Cow was de eerste Britse rockband die uitgenodigd werd te toeren in het Contemporary Music Network van de Britse Art Council. Dit vond plaats in de winter / het voorjaar van 1978. De maand erna ontstond het Rock In Opposition project, waar Henry Cow samen met een heel serie van Europese bands op een concert speelde.
In de zomer kwamen de leden nogmaals bij elkaar voor de aanvullende opnames voor het laatste album van Henry Cow. De splitsing in de muziek was duidelijk, "Western Culture" bevatte alleen Cooper/Hodgkinson composities. Bij het uitkomen van het album werd het uiteenvallen van de band aangekondigd. Na tien jaar is Henry Cow als groep uitgewerkt, wat niet inhoudt dat de musici elkaar niet waardeerden. Henry Cow als groep verdwijnt, maar de musici gaan door in de geest van Henry Cow, ze speelden nog vaak met elkaar, in wisselende samenstellingen.
Art Bears gaat door, Cooper en Hodgkinson speelden kort samen bij National Health. Cooper ging vervolgens door naar de Feminist Improvising Group en een solocarrière. Hodgkinson zette onder meer The Work en Officer op, en start ook een solocarrière. Cooper, Cutler en Krause speelden in de tachtiger jaren samen in het News From Babel project. Frith, Cutler and Hodgkinson traden improviserend met z’n drieën of in duo’s op.
En zo gaat het nog steeds door, en werken de musici nog steeds samen of alleen aan het uitwerken van de muzikale erfenis van Henry Cow.

Deze domeinnaam kopen of huren? geef hier uw bod